Afshin Ellian, de BVD en 'politieke Islam' | | RISQ Reviews | 14 January 2003 |
|
|
| Author: Paul Aarts
’s Lands cultureel-nationalisten hebben opnieuw een shot gekregen door de publikatie van het BVD-rapport inzake moslimextremisme. De binnenlandse inlichtingendienst had zijn bevindingen nog nauwelijks aan de openbaarheid prijsgegeven of ook de Afshin Ellian, docent Strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam, zag zich gesterkt zijn kruistocht voort te zetten tegen iedereen die zich ‘politiek correct’ pleegt uit te spreken over het fenomeen van de politieke islam (NRC Handelsblad, 29-05-2002):
"Het jaarverslag van de BVD (Nederlandse staatsveiligheid) verraste mij niet. Ik heb direct na 11 september gewaarschuwd voor de grootschalige infiltratie van de gewapende en niet gewapende takken van de politieke islam in Europa."
De uit Iran afkomstige Ellian meent dat er in Nederland sprake is van "een ongekende naïviteit, onwetendheid en ook decadentie betreffende de Islam en de politieke Islam". Zijn bijdragen aan het debat na "11 september" zijn al aangeduid als "het heroïsche geluid van een klokkenluider uit eigen, allochtone kring". Minder positief geformuleerd zou je Ellians amechtige betoog tegen de "politiek-correcten" kunnen kwalificeren als een (geslaagde) poging om in de smaak te vallen bij een breed publiek, dat sinds Fortuyn culturele clichés over de ‘achterlijkheid’ van de islam maar al te graag wil geloven. In Fortuyns voetspoor zwaait hij wild met de moderniteitshamer.
Alhoewel de BVD in zijn verslag beklemtoont dat het zo goed als zeker om slechts een zeer beperkt aantal moslimjongeren gaat - Ellian vermeldt dat ook - grijpt hij naar de bekende Contrast-enquête van vlak na 11 september om te concluderen dat een "aanzienlijk deel [van die moslimjongeren] de aanslagen in Amerika goedkeurde, en zelfs een deel achter de jihad (…) stond." Maar wat zei die enquête nou eigenlijk? Die zei dat een kleine meerderheid van de geïnterviewden begrip had voor de aanslag, maar ook dat een grote meerderheid van de ondervraagden de aanslag afwijst. Die laatste constatering krijgt in de pers aanzienlijk minder aandacht dan de eerste. Ellian doet dat nog eens dunnetjes over.
De bewering dat "de strijd tegen de politieke islam niet makkelijk" zal zijn, zoals Ellian betoogt, is nog niet eens zo problematisch, ook al is het onjuist om over "de" politieke islam te spreken. Voor wie ook maar even studie heeft gemaakt van het fenomeen weet immers dat er een grote verscheidenheid bestaat aan islamistische bewegingen, van moslim-democratische tot en met radicaal, gewelddadige groeperingen. Waar het ons echter vooral omgaat, is Ellians gebrekkige analyse die aan die constatering van "niet makkelijk" ten grondslag ligt, en de door hem bepleite strategie om de politieke islam te bestrijden. Beide zijn van een bedenkelijk niveau. Weliswaar zegt hij een voorstander te zijn van een politiek-historische analyse - en dat is ons uit het hart gegrepen - maar vervolgens vervalt zijn betoog in een rauwe vorm van essentialism en wordt alles gereduceerd tot het wezen van "de islam". Getrouw aan zijn eerdere geschriften suggereert Ellian ook hier weer dat de islam inherent een politieke religie is. In zijn visie is de geschiedenis van de islam de geschiedenis van geweld en oorlog. "Eens het zwaard altijd het zwaard", zoals ook de Leidse arabist Jan Brugman veelvuldigde placht te zeggen. Wat Ellian bedoelt is dat eigenlijk alle hier wonende moslims verdacht zijn.
En dan de strategie. Onder het mom van de "bescherming van de moslims" beveelt de Amsterdamse jurist en dichter een aantal "onorthodoxe maatregelen" aan. Hierbij valt het ergste te vrezen. Ellian merkt op dat het BVD-verslag "doordrenkt [is] van een constitutioneel taalgebruik en geschreven op een politiek-correcte manier. Desalniettemin is het een prima document …" Hij lijkt hier te zeggen dat als het rapport niet zo constitutioneel (en politiek-correct) was geschreven, het nog beter was geweest. Dat hij dat inderdaad bedoelt, blijkt uit de maatregelen die hij voorstelt. Die staan bijna allemaal haaks op de grondwettelijk gewaarborgde vrijheid van meningsuiting en van godsdienst. Strafrechtelijke maatregelen en uitzetting van personen met een verblijfsvergunning alleen omdat ze voorstanders zijn van een fundamentalistische of politieke interpretatie van de islam passen niet in onze rechtsorde. De grenzen liggen daar waar opgeroepen wordt tot geweld en omverwerping van de rechtsorde. Maar daar biedt het bestaande strafrecht voldoende bescherming tegen. Het is wel duidelijk waartoe de "principiële politiek juridische beslissingen" die Ellian voorstaat zullen leiden: anti-islamitisch McCarthyisme en rechteloosheid. Dichters hebben vaak een geheel eigen kijk op de werkelijkheid. Zo ziet Ellian, die zich graag als poëet afficheert, zich als een roepende in de woestijn, een Cassandra die door niemand serieus wordt genomen. Het tegendeel is het geval. Er is een duidelijke anti-islamitische stemming in Nederland en de Iraanse troetelallochtoon van rechts Nederland huilt als een "Isfahaanse hond" (om met Mohammed Benzakour te spreken) met de wolven mee.
Paul Aarts en Ruud Peters.
De auteurs zijn respectievelijk Universitair Docent Internationale Betrekkingen en Bijzonder Hoogleraar Recht van de Islam en het Midden-Oosten aan de Universiteit van Amsterdam.
Note: Eerder gepubliceerd door RISQ op 20 juni 2002.
Published on 14 January 2003 by RISQ © Paul Aarts | www.risq.org All rights reserved.
3778 reads |
| |
|
| |
|
|