Login | Register   
Review of International Social Questions
 
RISQ
Home
About RISQ
Contact RISQ
Links
Peru en de sporen van de oorlog
 
RISQ Reviews | 08 November 2003 Security

Author: Pieter Smidt van Gelder

Jarenlang werd Peru geteisterd door een burgeroorlog. Linkse guerrillagroeperingen, rechtse paramilitairen en het leger namen het tegen elkaar op. Vele onschuldige burgers kwamen hierbij om het leven. Toen de ergste periode van gewelddadigheden voorbij was, is een Waarheidscommissie ingesteld. Deze commissie heeft onlangs haar bevindingen gepresenteerd.

De Comisión de la Verdad y de la Reconciliación werd op 13 juli 2001 geïnstalleerd door interim president Paniagua. Juristen, academici, journalisten en vertegenwoordigers van kerk en politiek namen hierin zitting. De commissie, die oorspronkelijk uit zeven leden bestond, is door de nieuwe president Toledo uitgebreid tot twaalf mensen. Ze staat onder leiding van de rector van de katholieke universiteit, Salomón Lerner.

De commissie moest rapport uitbrengen over de Peruaanse burgeroorlog om zo gerechtigheid te bieden aan de vele nabestaanden. Daarnaast had de commissie vooral een symbolische waarde: de Peruanen laten zien dat de overheid ernst maakte met herstel van gerechtigheid en respect voor de mensenrechten. Ook zou de commissie aanbevelingen doen om het land institutioneel en juridisch te hervormen. Het werk van de commissie heeft ruim twee jaar geduurd (zo werden 17.000 getuigen ondervraagd); het resultaat is een rapport van negen delen. Uniek was dat de commissie de beschikking had over tot nu toe geheime legerdocumenten. Er werden zeven openbare hoorzittingen gehouden, waarbij met name gelet werd op geweld tegen minderheden, vrouwen en studenten.[1]

Uit het rapport blijkt onder meer dat het geweld aan veel meer mensen het leven heeft gekost dan altijd werd aangenomen. Bijna 70.000 oorlogsdoden telde de commissie in totaal. Het overgrote deel van de slachtoffers was te vinden onder de ‘indiginas’: de oorspronkelijke Indiaanse bevolking van Peru. Buitengerechtelijke executies en verdwijningen waren aan de orde van de dag. Daarnaast heeft het geweld ertoe geleid dat velen hun dorp of streek ontvluchtten. De Waarheidscommissie concludeert dat de guerrillabewegingen verantwoordelijk waren voor ongeveer de helft van de mensenrechtenschendingen; eenderde kwam door het leger en de rest door de boerenmilities. Vier massagraven zijn ondertussen opgespoord, waarbij forensisch antropologen 73 lichamen konden identificeren. De overheid heeft toegezegd de schuldigen alsnog te vervolgen.

Ongelijkheid, guerrilla en burgeroorlog

Veel commentatoren hebben erop gewezen dat zowel de geografische als de sociale situatie van Peru de opkomst van de guerrilla in de hand gewerkt heeft. Het land is verdeeld in een lage zone aan de kust, waar de afstammelingen van Spaanse kolonisten wonen. Hier is de politieke, economische en militaire macht van het land geconcentreerd. De andere helft van Peru wordt gevormd door de hooglanden en jungle, waar vooral de Indiaanse bevolking woont, die vaak geen Spaans maar Quechua spreekt. Op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en economische ontwikkeling is dit deel van het land duidelijk achtergesteld bij de dominante kuststreek. In politieke zin heeft bovenstaande tweedeling geresulteerd in een over-gecentraliseerd bestuur te Lima, dat maar weinig grip kan krijgen op de gebeurtenissen in de binnenlanden.

Achtergrond van de Peruaanse burgeroorlog is dan ook de sociale ongelijkheid en het geweld van de guerrilla. Mei 1980 doet de guerrillabeweging Lichtend Pad (Sendero Luminoso) voor het eerst van zich spreken.[2] Haar oorsprong echter gaat terug tot eind jaren vijftig. In de zuidelijke stad Ayacucho wordt in 1959 de Universiteit van San Cristóbal de Huamanga (UNSCH) heropend; linkse intellectuelen oefenen een grote invloed uit op de universiteit. Veel jongeren uit de regio kunnen voor het eerst gaan studeren. Eenmaal afgestudeerd bleken de kansen op werk niet toegenomen en groeide het besef bij deze jonge academici dat het zuiden van Peru een achtergesteld gebied was. In juni 1965 lanceerden de Movimiento de Izquierda Revolucionaria (MIR) en het Ejército de Liberación Nacional (ELN) een guerrillaoorlog, die door het leger vrij snel de kop in werd gedrukt. Rond deze tijd viel de Peruaanse Communistische partij uiteen in een Moskou- en een Mao- gezinde richting. Deze laatste stroming, onder de nieuwe naam ‘PCP Bandera Roja’ werd geleid door Saturnino Paredes en Abimael Guzmán.

Het is met name deze Guzmán (een jurist en filosoof) die een grote invloed zal uitoefenen op de beweging. Volgens hem heeft Peru in die tijd nog een semi-koloniaal karakter en kan de samenleving alleen veranderd worden door gewapende strijd. In 1968 verandert Guzmán de naam van zijn groepering in ‘Sendero Luminoso’, de beweging krijgt al snel een grote aanhang onder docenten en studenten van de universiteit. Eind jaren zeventig stimuleert Sendero zijn aanhangers die afgestudeerd waren terug te keren naar de dorpen waar ze vandaan kwamen om daar in het Quechua les te geven en de ideologie van Sendero te verspreiden. Als in 1980 voor het eerst in twaalf jaar weer vrije verkiezingen plaatsvinden, ziet Guzmán zijn kans schoon. Via verschillende aanslagen doet het Lichtend Pad van zich spreken en tracht (althans op lokaal niveau) de macht over te nemen.

Op diverse punten heeft het denken van Mao invloed uitgeoefend op de ideologie van Lichtend Pad. Zo wordt de rol van de boerenbevolking in het bereiken van de revolutie als cruciaal gezien. Op het platteland zou de guerrilla zich als een vis in het water bewegen. Als tijdstip voor de revolutie geldt de fase waarin de samenleving nog niet kapitalistisch is als een ideaal moment. Daarnaast heeft de Peruaanse filosoof José Carlos Mariátegui (1895-1930) het denken van Lichtend Pad bepaald. Volgens hem verkeerde zijn land in een semi-feodale fase en loopt de revolutie, waarin de Indiaanse bevolking een grote rol moet spelen, over een ‘lichtend pad’. Ideeën die Mariátegui ontwikkelde aan het begin van de 20e eeuw worden door de guerrillero’s van Lichtend Pad onverkort van toepassing verklaard op de situatie van Peru in de jaren zeventig en tachtig. 

Door de jaren heen hebben de Senderistas vooral van zich doen spreken door aanslagen op burgemeesters, politie en leger. Verkiezingen werden gesaboteerd, infrastructuur (bruggen en elektriciteit bijvoorbeeld) werd onklaar gemaakt. In de gebieden waar Lichtend Pad de overhand heeft, is geprobeerd een autarkisch systeem in te voeren. De guerrilla verbood  boeren handel te drijven met omliggende dorpen. Gevolg van deze politiek van zelfvoorziening was honger en voedseltekorten. De economische malaise van Peru, die Lichtend Pad had geholpen in haar populariteit werd door de beweging niet opgelost maar slechts versterkt.

Opvallend is dat Sendero, anders dan andere guerrilla bewegingen op het continent, niet vaak in de publiciteit treedt. Op El Diario na besteden de Peruaanse kranten geen aandacht aan de gezichtspunten van de guerrilla. Vermoedelijk draagt deze onbekendheid alleen maar bij aan het mystieke karakter en de aantrekkingskracht van Lichtend Pad. De inkomsten krijgt de guerrilla vooral door de cocateelt, overvallen op wapendepots van het leger en afpersingen (‘oorlogsbelasting’).[3]

Het leger en de staat

Aanvankelijk liet de overheid weinig van zich horen en leek ze ervan uit te gaan dat het geweld vanzelf over zou gaan. Later reageerde de regering op de opstand door het uitroepen van de noodtoestand, de bevoegdheden van het leger uit te breiden en gebruik te maken van de Rondas Campesinas. Deze Rondas (boerenmilities) waren oorspronkelijk door boeren zelf opgericht om zich te kunnen verdedigen. Tijdens de oorlog met de guerrilla vatte de overheid het plan op de Rondas systematisch te gebruiken voor inlichtingenwerk en gevechten. De regering bewapende deze Rondas ook, waarmee de situatie nog verder uit de hand dreigde te lopen toen de boeren deze wapens gebruikten om oude vetes uit te vechten.

In gebieden waar Lichtend Pad kwam en de overhand kreeg, dwong ze de plaatselijke bevolking mee te werken onder bedreiging met geweld. Zowel het leger als de Rondas gingen er evenwel van uit dat de mensen in conflictgebieden vrijwillig meewerkten met de guerrilla. Zo bezien konden de mensen op het platteland het nooit goed doen: door geweld afgedwongen steun aan de ene partij werd door de tegenpartij steevast geïnterpreteerd als medewerking uit vrije wil. Gevolg was dat de bevolking represailles kon verwachten van beide kanten. 

Tot 1980 had het leger altijd een overheersende rol gespeeld in de Peruaanse politiek. De staatsgreep van generaal Velasco waarbij burgerpresident Belaúnde aan de kant gezet werd, leidde een twaalf jaar durende militaire regering in. De generaal hield er revolutionaire ideeën op na, waarbij hij landhervormingen doorvoerde en de invloed van grootgrondbezitters inperkte. In 1976 werd Velasco zelf afgezet door een andere generaal, Morales die de hervormingen goeddeels terugdraaide. Pas in 1980 worden er weer vrije verkiezingen gehouden waarbij de macht aan een burgerregering wordt overgedragen. Het is tegen deze achtergrond dat de eerste aanslagen van Lichtend Pad gezien moeten worden. Als bij deze verkiezingen oud-president Belaúnde weer wint, heeft hij de staatsgreep waarbij hij aan de kant werd gezet nog vers in het geheugen. Anderzijds heeft het leger door de opeenvolgende weinig succesvolle militairen regeringen alle krediet bij de bevolking verloren. Op het machtsvacuüm dat aldus ontstond, speelde Lichtend Pad handig in. 

Het rapport van de Waarheidscommissie is eveneens kritisch over de rol van de overheid en de verschillende presidenten in de onderzochte periode. Alan García (1985-1990), met 35 jaar destijds de jongste president van het land, heeft de hand gehad in een massaslachting van een grote groep rebellen die in opstand kwamen in de gevangenis van Lima. Tegen het eind van het mandaat van García geldt in een derde van de departementen de noodtoestand, waardoor het leger in die gebieden feitelijk kan doen wat het wil.

De militairen reageerden op het geweld van Sendero Luminoso met nog meer geweld.[4] Alles wat links was (vakbonden, mensenrechtenbewegingen, sommige politieke partijen) werd ervan beschuldigd ‘handlanger van de guerrilla’ te zijn, hetgeen feitelijk een doodsvonnis inhield. De vele mensenrechtenschendingen die in de onderzochte periode door het leger zijn begaan, zijn ongestraft gebleven. Als het Openbaar Ministerie een schending naar voren bracht, dan werd deze misdaad door militaire in plaats van civiele rechtbanken berecht. De meeste militairen die voor dit soort rechtbanken moesten komen, gingen vrijuit.

Onder president García deed ook het Comando Rodrigo Franco van zich horen. Dit uiterst rechtse doodseskader, verantwoordelijk voor een groot aantal moorden, bedreigingen en ontvoeringen, liet in juli 1988 weten ‘moe te zijn van de demagogie van García en van de besluiteloosheid van de strijdkrachten’. Toen Sendero’s éen na hoogste chef Morote gearresteerd werd, vermoordde het Comando diens advocaat Febres Flores. De overheid stelde een commissie in om de toedracht van de moord te onderzoeken. Uiteindelijk stelde de commissie vast dat verschillende leden van de politieke partij APRA,[5] alsmede de minister van binnenlandse zaken Mantilla Campos direct verantwoordelijk waren voor het Comando. Zelfs de onafhankelijke leden van deze commissie kregen te maken met ontvoeringen van familieleden en bedreigingen aan hun adres. Hoewel de commissie erin geslaagd is een rapport te publiceren, zijn de verantwoordelijken voor de verschillende aanslagen nooit bestraft.

Ook García’s opvolger Alberto Fujimori (dankzij grondwetswijzigingen onafgebroken aan de macht tussen 1990 en 2000) wordt medeverantwoordelijk gehouden voor doodseskaders. Kritiek is er vooral op twee kwesties: de buitengerechtelijke executie van vijftien mensen in 1991 in de arme hoofdstedelijke wijk Barrios Altos en de ‘verdwijning’ van negen studenten en een professor van La Cantuta Universiteit. Voor beide misdaden wordt de Grupo Colina  verantwoordelijk gehouden, een rechtse paramilitaire beweging die onder controle stond van de geheime dienst.[6] Daarnaast zou Fujimori het gevaar van de guerrilla overdreven hebben om aan de macht te kunnen blijven, volgens de waarheidscommissie. Uiteindelijk moest Fujimori het veld ruimen toen uitkwam dat Montesinos, chef van de inlichtingendienst SIN, kamerleden omkocht. De ex-president vluchtte naar zijn tweede vaderland Japan (formeel ging hij op staatsbezoek om vervolgens per fax zijn ontslag in te dienen). Sindsdien wordt Fujimori gezocht voor misdaden tegen de menselijkheid en doet Peru uitleveringsverzoeken aan Japan, hetgeen tot nu toe geen resultaat heeft gehad.

Begin jaren negentig is het geweld van Sendero Luminoso ingedamd door de gevangenneming van een aantal leiders. Hoogste chef en ideoloog Guzmán werd in 1992 gearresteerd en veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Andere kopstukken van de guerrilla werden eveneens gevangengezet.

Het geweld is afgenomen, maar de prijs van de stabilisering en de langzame vrede is hoog. Vaak werden guerrilero’s berecht door ‘faceless courts’: rechters wier gezicht door macabere donkere mutsen onherkenbaar was gemaakt. Advocaten mochten niet meer dan één ‘subversieve cliënt’ per keer bijstaan en de geheime processen, die vaak in de gevangenis plaatsvonden, leidden standaard tot veroordelingen. Ook journalisten en intellectuelen moesten het ontgelden tijdens deze overheidsacties tegen de guerrilla.

Ondanks het feit dat het grootste deel van het geweld weggeëbd is, zijn de oorzaken van het conflict niet weggenomen. Een groot deel van de Peruanen blijft in armoede leven en heeft geen toegang tot behoorlijk onderwijs of gezondheidszorg. Het land kent nog steeds een sterke sociale tweedeling, waarbij het vooral de Indianen zijn die onder moeilijke omstandigheden leven. President Toledo kondigde bij zijn aantreden in 2002 dan ook een ‘frontale oorlog tegen de armoede’ aan. Met name op het platteland blijft de vooruitgang minimaal.

De naweeën van de oorlog zijn overal voelbaar. Veel mensen zijn door het geweld ontheemd geraakt en nog niet teruggekeerd. De straffeloosheid blijft een punt van zorg. Een aantal veroordelingen ten spijt, zijn velen (waaronder met name legerfunctionarissen en politici, maar ook een aantal Senderistas) nooit op hun daden aangesproken. Veel rechters zijn corrupt en de gemiddelde Peruaan heeft weinig vertrouwen in de overheid op het gebied van gerechtigheid. Het is te hopen dat de institutionele en juridische hervormingen die de waarheidscommissie voorstelt ook daadwerkelijk doorgevoerd worden in de praktijk.


[1] Amnesty International, Report 2003.

[2] Naast Sendero Luminoso is nog sprake van een tweede, kleinere guerrilla beweging die eveneens verantwoordelijk is voor geweld en mensenrechtenschendingen. In het kader van dit artikel laat ik deze Movimiento Revolucionario Túpac Amaru (MRTA) verder achterwege.

[3] M. Gmelig Meijling (1990), Samenleving onder vuur: 1980-1990: tien jaar politiek geweld in Peru, Amsterdam: Peru Komitee Nederland, p. 12 ev.

[4] M. del Pilar Tello (1991), Perú: el precio de la paz, Lima : Ediciones Petroperu, p. 189.

[5] Alianza Popular Revolucionaria Americana.

[6] Zie ook het Rapport van Human Rights Watch in 2002.

Published on 08 November 2003 by RISQ
© Pieter Smidt van Gelder | www.risq.org
All rights reserved.

7058 reads
Language
Select a language
Links
About Pieter Smidt van Gelder
RISQ Reviews
Dossier
 Links
 Articles
Security
Recent articles:
Security When the State Fails
Conference Safety without Borders
60 years after - the bombing of Dresden
Terrorism and Weapons of Mass Destruction: an Armchair Analysis
Preventing Nuclear Terrorism and a new Nuclear Arms Race
Options
Printer VersionPrinter Version
Send to a FriendSend to a Friend
Post Comment
Most recent:
abc
abc
Re: Peru en de sporen van de oorlog
Mark
Review of International Social Questions







Copyright © 2003 - 2005 RISQ | Review of International Social Questions.

Terms of Use
You can syndicate our articles using the RISQ Newsfeed
New by RISQ: My Headlines | News for professionals My Headlines | Newsfeeds in your mailbox!

Login: Administrators | Users

Engine's code © 2002 by PHP-Nuke
Page Generation: 0.063 Seconds
Alles over Asbest
Score Filmmuziek Magazine en Cinemusica Nederlandse Componisten Database
Score Film Music Magazine and Cinemusica Dutch Composers Database
My Headlines | All News Sources
My Headlines | News Sources by Topic
My Headlines | Democracy Headlines
My Headlines | Newsletters